Allemaal willen we de hemel

allemaal willen we de hemel
Auteur: NCAdmin 27 maart 2019

Een opiniestuk van onze collega Rachelle over perfectionisme. Niemand wil onzichtbaar zijn, wij hebben het verlangen om gewaardeerd te worden voor de dingen die we doen. Voordat je het weet houden we elkaar gevangen in de wereld van de perfecte levens. 

Een van mijn favoriete jeugdboeken is het boek allemaal willen we de hemel van Els Beerten. Een boek over kinderen in oorlogstijd, verteld vanuit het perspectief van de kinderen zelf. Het onderscheid tussen goed en kwaad lijkt duidelijk. Of toch niet? 

“Onze Jef heeft geluk. Met zijn medaille komt hij zeker in de hemel. Hoeveel keer hij nu ook nog vloekt of liegt, ze zúllen hem erin laten, ze zullen niet anders kunnen. Alle goede mensen komen in de hemel, zegt meneer pastoor, maar de helden voorop. Had ik ook maar een medaille. Maar wie tien is, kan nog geen held zijn. Denk ik. Ik moet nog wat geduld hebben.” (pg. 19) 

Het interessante is de nadruk die op het heldendom wordt gelegd. De verteller, Remi, is er van overtuigd dat goede mensen in de hemel komen, maar dat helden toch wel voorrang krijgen. Het zijn de anderen die jou zien als held, die jou beoordelen op prestaties die je hebt verricht. Maar zijn die oordelen altijd juist? Wat nu als je geen held blijkt te zijn?   

De vraag naar het goede is vandaag de dag een complexe vraag geworden. Ons landschap is versnipperd, en de grote verhalen die we vinden in religieuze tradities zijn voor vele mensen in Nederland niet meer leidend. Sterker nog, we kennen ze vaak niet meer.  Wij zijn vatbaar voor de blikken van de ander. Dat kan ook niet anders, want wij zijn sociale wezens die gezien en erkend willen worden. 

Als student lijken wij een held te moeten worden in ons eigen leven.

Tegelijkertijd blijven we verlangen naar die hemel, die als metafoor zo mooi in beeld gebracht wordt door Els Beerten. Maar wat doet dat verlangen met ons als we denken dat je daarvoor een held moet zijn en een medaille moet krijgen? 

Als student lijken wij een held te moeten worden in ons eigen leven. Het heldendom wordt vertaald naar het behalen van studiesucces, het doen van zoveel mogelijk extracurriculaire activiteiten, en daarnaast het hebben van een grote vriendenkring om ons heen. Maar daar moeten we dan wel over communiceren naar de omgeving en op Social Media. Want als we dat niet doen, dan zijn we onzichtbaar. Niemand wil onzichtbaar zijn, wij hebben het verlangen om gewaardeerd te worden voor de dingen die we doen. Voordat je het weet houden we elkaar gevangen in de wereld van de perfecte levens. 

De vraag is (en ergens weten we dat wel) of de manier waarop we die erkenning zoeken en ervaren wel het goede is voor ons. Is dat de hemel waar we naar verlangen? Herkennen we ons eigen verlangen nog wel, of komen we niet verder dan onszelf te vergelijken met anderen? 

De filosoof Rob Compaijen heeft daarover een interessante bijdrage als het gaat om het streven naar perfectie. Hij beargumenteert dat perfectionisme eigenlijk gaat over de sociale vergelijking met anderen. Het vergelijken kan afgunst veroorzaken. Social Media is daarvoor natuurlijk het perfecte middel, maar dat is zeker niet het enige wat er aan de hand is. Het gaat er volgens Compaijen ook om dat het gangbare idee in onze samenleving is dat iedereen gelijke kansen heeft, en dat je alles kunt bereiken als je maar wilt. Natuurlijk zijn wij verantwoordelijk voor ons eigen leven, maar die verantwoordelijkheid staat altijd in relatie tot de omgeving. En niet iedereen heeft dezelfde startpositie en zelfde kansen. 

Het interessante aan zijn analyse is dat hij de afgunst plaatst in de context van onze huidige tijd en de relaties die we in deze context ontwikkelen met anderen. Vaak gebeurt het andersom. Als wij perfectionistisch zijn, dan kunnen we een cursus volgen om minder perfectionistisch zijn. Als we een burn-out krijgen, dan kunnen we gaan graven in ons verleden om te onderzoeken waardoor die burn-out ontstaan is. Daardoor krijg je een eenzijdige focus op het ik in het verleden, terwijl het juist van belang is om te zoeken naar handelingsstrategieën in het nu. 

Het zoeken naar handelingsstrategieën betekent niet automatisch dat we ons niets moeten aantrekken van de opinie van anderen, en zelf onze eigen dromen moeten verwezenlijken. Als mensen zijn wij relationele wezens, en het pardoxale aan deze denkwijze is dat er daardoor nog meer druk op onszelf gelegd wordt. 

Filosoof Pascal Chabot stelt in zijn boek filosofie van de burn-out juist dat wij veel als mensen veel flexibiliteit bezitten om ons aan te passen aan nieuwe situaties, en dat het juist van belang is om door een bepaalde weerstand heen te gaan waardoor je nieuwe dingen eigen maakt. Als we dat gedaan hebben, kunnen we ruimte vinden om nieuwe strategieën te vinden en de wereld aan ons eigen verlangen aan te passen. 

Maar die flexibiliteit heeft een grens, en daar ligt nu juist het probleem in onze samenleving volgens Chabot.  Omdat vaak binnen de omgeving waarin wij werken en studeren rendement van belang is geworden, vraagt de wereld om oneindige aanpassingen. Als we ons aangepast hebben, dan gaan we weer een stapje verder, en nog verder. Als rendement voorop staat bij die aanpassing, dan is de grens nooit bereikt. Zingeving die wij als mens nodig hebben om betekenis te kunnen geven aan ons leven is dan ver te zoeken, en is zelfs ondergronds gegaan, aldus Chabot (Chabot, pg. 49). Holle waarden zoals efficïentie en flexibilteit worden leidend gemaakt in de dingen die we doen. Respect, solidariteit, vertrouwen, rechtvaardigheid en medemenselijkheid lijken verdwenen te zijn. 

Het heeft niet zoveel zin om op cursus te gaan als wij  niet ook onze leefomgeving kunnen bevragen, en daarin ruimte kunnen maken voor onze verlangens en idealen. Het is van belang om met elkaar in gesprek te gaan over hoe wij als mens tot ons recht kunnen komen en wat we daarvoor nodig hebben. 

Dat betekent ook dat we elkaar en onszelf ruimte moeten gunnen om dingen te leren, dingen toe te eigenen die tijd kosten, en dat we die tijd daarvoor ook kunnen gebruiken in de context waarin wij ons bewegen. Ook betekent het dat we moeten beseffen dat we niet alles zelf in de hand hebben. We kunnen ineens 10-0 achter staan op de efficiëntieladder, door verlies van dierbaren, ziekte of een depressie. Het leven zelf is imperfect. Hoe gaan we daar mee om? Kunnen wij daar zelf ruimte voor maken, en hoe gaan we daar dan over in gesprek met elkaar? Kunnen we ons ook andere waarden eigen maken? 

Tegelijkertijd dienen wij ons bewust te zijn van mechanismen in onze samenleving die ongelijkheid in stand houden, en dat sommige mensen misschien nog wel perfecter moeten zijn dan anderen om een bepaalde positie te kunnen krijgen. We hebben wel degelijk te maken met systemen waarin we ons nu eenmaal van onze beste kant moeten laten, en kunnen daar niet helemaal van af. Hoe kunnen we die systemen rechtvaardiger en eerlijker maken?  

Zelf was ik afgelopen week bij een grote commissie van de VN. Natuurlijk zou dat topsucces kunnen zijn op LinkedIN en Social Media, en ik ben ook heel dankbaar voor de kans. Tegelijktijd wordt mijn geprivilegieerde positie daar in een klap duidelijk: mijn visum was in een keer geregeld, terwijl er ook veel visa’s geweigerd werden. Jonge vrouwen uit bijvoorbeeld Kenia of Oeganda moesten aan andere maatstaven voldoen dan ik. Zij moeten vaak bewijzen dat ze voldoende middelen hebben die hen binden aan hun thuisland. Voor mij gelden die eisen niet. 

In plaats van de vraag te stellen: hoe kan ik het zo goed mogelijk doen? Is het van belang om met elkaar te delen wat het betekent om goed te leven, en daarnaar te zoeken. Ook als het even niet zo goed gaat, ook als we misschien niet zo goed presteren als we hadden gehoopt. Wat betekent het om kwetsbaar te zijn, en wat betekenen die hobbels op onze wegen? Hoe kunnen we zorg dragen voor elkaar, en elkaar ook ruimte geven om te groeien? Hoe kunnen we elkaar helpen als het even niet goed gaat & daadwerkelijk naast iemand gaan staan?

Ja, dat gaat om een radicaal andere wijze van zijn, die in onze samenleving niet meer zo vanzelfsprekend is. Dat gaat over het opbouwen van kwalitatieve relaties voordat we kunnen spreken over succes. Een leven waarin je tot bloei komt staat dan niet altijd gelijk aan een perfect leven. 

 Toch is het niet erg om te verlangen naar de hemel. Het is goed dat er tussen ideaal en werkelijkheid een ruimte zit, die ons in beweging brengt. Maar laat ons dan wel verlangen naar een hemel waarbij we onze blik kunnen richten op een zinvol leven waarin ieder mens tot zijn recht mag komen. 

Geschreven door Rachelle van Andel