Ik stuntel dus ik ben?

Auteur: Rachelle Van Andel 19 april 2019

Al een tijdje rijdt een vrouw met kind in een kleine gele auto achter me. Haar telefoon eet haar aandacht steeds een stukje verder op. Maar dan moet ik op de rem trappen, voetgangers, van links. Bam. Haar auto is achterop geklapt.

Het was mijn derde rijles. Trillend achter het stuur bedenk ik me dat ik er meteen mee moet stoppen, het komt nooit goed, hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het wordt, ja, ik was al eens gewaarschuwd. Ik kan altijd nog aan vrienden vertellen dat ik mijn rijbewijs niet heb gehaald uit milieuoogpunt, CO2 uitstoot enzo, ja, ik draag wel zorg voor een betere wereld. Maar helemaal waar zou dat niet zijn.

Een week later zit ik weer achter het stuur. We gaan het nogmaals proberen. Ergens rijd ik beter, maar ook angstig en langzaam, tot irritatie van de andere weggebruikers. Ik mag nog even stuntelen in de auto, maar niet teveel.

CV der Mislukkingen

Ik stuntel dus ik ben. Ik merk dat ik nog wat vragen heb bij dit onderwerp van de maand van de filosofie. Journalist Maurice van Turnhout legt daarbij de vinger op de zere plek in het prikkelende essay ‘toegeven dat je gefaald hebt is een toonbeeld van succes geworden’. In dit essay in Filosofiemagazine wordt de webserie ‘CV der Mislukkingen’ (onbedoeld) het toonbeeld van onze huidige faalangst in de prestatiesamenleving. BN’ers delen hun mislukkingen en gestuntel. Het idee achter het programma is dat jonge mensen worden geholpen om om te gaan met prestatiedruk. Zelfs BN’ers hebben geworsteld op hun weg naar succes en bekendheid. Dus jij kan dat ook.

En daar wringt precies de schoen: het verhaal van falen wordt pas geloofwaardig als het vanuit een perspectief van succes wordt verteld. Er is geen haan die kraait naar mensen die constant falen. Maar, als je nu succesvol bent, dan heb je dat onder andere bereikt door ook regelmatig op je bek te gaan, dat kan niet anders. Dan wordt het leuk en door iedereen geaccepteerd om ook over onze mislukkingen te vertellen.

De moraal van dit verhaal is wel erg dun. De filosoof Stine Jensen stelt zelfs dat wij in onze huidige prestatiesamenleving niet leren omgaan met daadwerkelijk falen. Een falen dat onmogelijk is om te keren naar een succesverhaal. Een verhaal dat kortweg schaamte en vernedering met zich meebrengt. Waar vinden we ruimte om daar met elkaar openlijk in gesprek over te gaan?

Paasverhaal een ultiem faalverhaal?

Het paasverhaal plaatst voor mij het verhaal van succes en mislukking in een ander licht. Alhoewel Jezus in de bijbelse verhalen op kwam voor de gemarginaliseerde en onzichtbare mens, werd hij gezien als faalhaas. Hij paste niet in het plaatje van wat de elite voor ogen had als geestelijk leider. Hij was te bedreigend in zijn tegendraadsheid en rebellie waarbij hij naastenliefde predikte. Uiteindelijk weten we hoe dat verhaal afloopt, hij voelt zich verlaten door God en medemens, sterft, en staat op (dat is de korte versie).

Falen gebeurt dus lang niet altijd door persoonlijke mislukkingen en stuntelverhalen. Het paasverhaal brengt daar een correctie in aan en kan fungeren als hedendaagse (tegendraadse) spiegel. Hoezeer we ook ons best zullen doen om in ons leven succesvol te zijn, stuntelen is inherent aan ons (samen)leven. Niet alleen zullen we in de ogen van de ander soms te kort schieten, maar ook door het leven zelf, domweg doordat wij mensen zijn van vlees en bloed.

Als mens zijn we sterfelijk, en kunnen we niet van alles wat we tegenkomen in ons leven een succesverhaal maken. Dat moeten we ook niet willen. Inherent aan ons leven is het stuntelen, dat maakt ons ten volle mens.

Ik denk en geloof dat ruimte maken voor onze stuntelverhalen zonder daar een succesverhaal van te maken bevrijdend is en kan zijn. Student, stuntel je met ons mee?