Vasten, hoezo? Reflectie van Riekje van Osnabrugge

Auteur: Riekje Van Osnabrugge 1 mei 2020

Nu de belangrijke vastenmaand Ramadan voor de moslims is begonnen, wil ik vanuit mijn eigen christelijke traditie wat dieper ingaan op de achtergrond van ‘vasten’.  De christelijke kerk kent deze religieuze plicht namelijk ook al sinds de 2e eeuw, (evenals trouwens de – nog oudere – joodse traditie, waar ik nu verder niet op in ga). Zelf deden wij trouwens in ons christelijk gezin niks met vasten. Alleen las mijn vader natuurlijk wel verschillende  Bijbelverhalen voor die daarover gaan.

Word je liever voorgelezen door Riekje? Kijk dan deze video

Zeker in deze quarantaine-tijd, waarin we ons al onvrijwillig onthouden van van alles, lijkt een vastentijd daar nog bovenop een extra kwelling.

Als levensgenieter intrigeert mij de vraag waarom je, ongeacht je geloof of levensovertuiging, vrijwillig afziet van lekker eten en drinken, in sommige gevallen ook van roken en van seks…kortom: van alles wat het leven juist zo fijn maakt! Welke relatie heeft dat met je geloof? Word je er een betere gelovige van? Zeker in deze quarantaine-tijd, waarin we ons al onvrijwillig onthouden van van alles, lijkt een vastentijd daar nog bovenop een extra kwelling. Waarom zou je daar uit eigener beweging aan mee doen?

Laat ik beginnen met een kort en incompleet overzichtje van wat vasten voor christenen inhoudt.

Wie een beetje heeft opgelet, weet dat, o ironie,  de 40 dagen van na Carnaval (Aswoensdag) tot Pasen ook wel de Vastentijd wordt genoemd, vooral door rooms-katholieken. Ook bij protestantse christenen wordt deze veertigdagentijd, die nu dus net achter de rug is, door een groeiend aantal jaarlijks gebruikt om ‘ergens’ van te vasten.

In de rooms-katholieke traditie is het hoe, wanneer en waarom van dat vasten uitgebreid op veel plekken beschreven, dat kun je bijvoorbeeld hier teruglezen (over vis eten in plaats van vlees bijvoorbeeld). Eigenlijk zijn er twee officiële vastendagen: alleen op Aswoensdag en op Goede Vrijdag – de vrijdag voor Pasen – is minderen een religieuze plicht. Dat betekent dat je dan één maaltijd per dag eet. Verder mag iedere christen zelf bepalen hoe hij of zij zich verhoudt tot de vastentijd. Ook boetedoening zou een aspect van vasten zijn.

Tijdens de rk-vastentijd gaat het altijd om versoberen: sommigen eten of drinken minder, anderen drinken geen alcohol of onthouden zich van bijvoorbeeld sociale media. Ook onthouding van geslachtsverkeer kan een vorm van vasten zijn.

Op de site van vensters op katholiek geloven vond ik dat het doel van vasten is: intenser dan anders op zoek gaan naar jezelf en God. Tijdens deze periode maak je meer tijd om jezelf en Hem te ontmoeten, om de bijbel te lezen, stil te zijn en te bidden. Door iets te laten staan, kun je diepgang geven aan je leven en gebed. Je onthoudt je van iets waardoor je leeg wordt en van iets nieuws vervuld kunt geraken. Vasten kan je ook doen ervaren wat ‘honger hebben’ inhoudt en is op deze manier een gestalte van (bereidheid tot) solidariteit, het kan je leren te onderscheiden wat er werkelijk toe doet en je dus zorgvuldiger te doen omgaan met wat voorhanden is.

Een soort vasten, denk ik nu, gericht op een diepe bezinning op de vraag hoe we dienen om te gaan met de schatten van moeder aarde.

Zo bezien, deden wij vroeger thuis in een specifiek jaar wél aan vasten. In 1972 publiceerde de Club van Rome het alarmerende rapport ‘grenzen aan de groei’ , waarin gewaarschuwd werd voor de groei van de mondiale bevolking, de voedselproductie, de industrialisatie, de uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling. Het roer moest om, anders zou de wereld afstevenen op een catastrofe. De protestantse kerk waar ik lid van was (en ben) riep alle leden op tot een noodzakelijke soberder levensstijl. Een soort vasten, denk ik nu, gericht op een diepe bezinning op de vraag hoe we dienen om te gaan met de schatten van moeder aarde.

Mirella Klomp, liturgiewetenschapper, aan de VU, bestudeerde het vasten in de protestantse traditie. Ze schreef onlangs in aanloop naar Pasen:

“Vasten is de herontdekking van (onder andere) eten als gave, als iets ‘niet-vanzelfsprekends’, door het ontvangen van die gave uit te stellen. Vasten is de gave van de voorbereiding op het feest van de opstanding, die wij in ontvangst nemen door ons – vanuit de vrijheid waarin God ons gesteld heeft – veertig dagen te onderwerpen aan het ‘afzien van…’.

Door te vasten worden we onderdeel van de wereldwijde gemeenschap van mensen die door te vasten heel lichamelijk ruimte maken voor God in hun leven en zich bewust voorbereiden op het feest van God die zichzelf steeds opnieuw aan ons wil schenken. Vasten schept ruimte voor verlangen naar het grote feest. In de ruimte van dat verlangen kan gebed opkomen en tijd en aandacht voor de naaste. Lees het hele artikel hier.

Het voert wat ver om nu alle overeenkomsten en verschillen tussen islamitisch en christelijk vasten te gaan opsommen, die kun je zelf zo vinden als je een beetje googelt. Er blijkt o.a. verschil in waar je van vast, in duur en tijdstip. Ik zie als groot punt van overeenkomst dat je je in die periode kunt bezinnen op wat er werkelijk toe doet en zo dichter bij Allah/God én je naasten kunt komen.

Persoonlijk vast ik niet waar het gaat om eten en drinken, hoezeer ik me ook bewust ben van het niet-vanzelfsprekende daarvan. Wel zal ik de maand Ramadan gebruiken voor wat zelfonderzoek:

Deze quarantaine-tijd werpt mij ongewenst terug op wie ik ben als ik geen mensen live mag ontmoeten, knuffelen, aanstoten. Ik ‘vast’ als het ware van voor mij vanzelfsprekend fysiek contact met mijn dierbaren (op eentje na gelukkig), met vrienden en studenten. Ook al is dat onvrijwillig, ik kan proberen dit ongemakkelijke gevoel om te zetten in ruimte voor iets anders. En mezelf wat vragen stellen. Hoe kan ik er toch zijn voor anderen? Wat maakt dat een ander live kunnen zien zo essentieel lijkt? En tenslotte: hoe houd ik straks dat gevoel voor het onvanzelfsprekende vast?

Al met al een hele kluif. Overdrachtelijk dan.

Zocht jij de herkomst van het woord quarantaine al op? In de 12e eeuw werd deze Franse term al gebruikt voor een ‘vastentijd van veertig dagen’, (van quarranta: 40 uit het Latijn). Later (17e eeuw) kreeg het via het Italiaanse woord quarantene  een nieuwe betekenis: een ‘veertig dagen durende periode van afzondering’. Schepen uit verre oorden werden bij terugkomst in de haven veertig dagen in isolatie gehouden om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Deze aanvankelijke duur van de isolatie zal ingegeven zijn door de duur van die kerkelijke vastenperiode. Het Frans heeft deze betekenis overgenomen, en ook in het Nederlands heeft quarantaine dus die nieuwe betekenis gekregen: het afzonderen van mensen/ dieren voor een bepaalde periode om verspreiding van een mogelijke besmetting tegen te gaan.